Loader

Driegesprek: ‘Zie de jongere, niet de mogelijke extremist’

In de laatste editie van het Vakblad Sociaal Werk gaan twee jeugdhulpverleners en een adviseur van Platform JEP met elkaar in gesprek over polarisatie, radicalisering en extremisme. Waar lopen jeugdprofessionals tegenaan in hun dagelijkse werk met jongeren? Ik begeleidde dit driegesprek en tekende het op in onderstaand artikel.


‘Zie de jongere, niet de mogelijke extremist’


Jeugdprofessionals die te maken hebben met polarisatie, radicalisering en extremisme ervaren soms lastige situaties of ingewikkelde dilemma’s in hun werk. Sinds begin dit jaar ondersteunt het landelijke Platform Jeugd preventie Extremisme en Polarisatie (Platform JEP) hen met kennis, kunde en advies. Een gesprek met twee ervaren jeugdhulpverleners en een adviseur van Platform JEP.

Ze werken met verschillende doelgroepen: Peter Driehuis was jarenlang jeugdhulpverlener in de provincie Groningen, Haval Mohamed werkt op een crisisopvang in Utrecht.* Maar al snel blijkt dat ze dezelfde ervaringen hebben met jongeren die zich geen onderdeel meer voelen van de samenleving, of zich ertegen afzetten. Op de vraag hoe zij polarisatie terugzien in hun dagelijkse werk, vertelt Peter over de frustratie bij jongeren. En daarmee een toenemend wij-zijdenken. ‘In Groningen zagen we veel “witte woede” bij jongeren die denken: “wij hebben amper werk, wij hebben hier te maken met aardbevingen, en zij krijgen alles en pakken onze banen af.” Voor ons is het dan een uitdaging om die jongeren toch te laten meedraaien in de maatschappij, zodat ze ook positieve ervaringen krijgen.’ Haval ziet dezelfde boosheid, maar dan bij jongeren met een migratieachtergrond. ‘Een tegenovergesteld perspectief, maar vanuit dezelfde ontevredenheid en problemen: geen baan, geen opleiding, veel schulden.’ Hij herinnert zich een fraaie beeldspraak die een van de jongeren hem vertelde. ‘De samenleving is een grote machine die op één bepaalde snelheid draait. De onderdelen die niet kunnen meedraaien, worden er als kleine schroefjes uitgegooid. Dat zie ik terug bij onze jongeren.’

Grieven achter het gedrag

Gevoelens van achterstelling kunnen – in combinatie met andere factoren – de vatbaarheid voor radicalisering vergroten. Jeugdprofessionals kunnen in het voorkomen van radicalisering een waardevolle rol spelen. Zij zijn vaak goed in staat om contact te leggen en te houden met deze jongeren. ‘Vaak hebben zij weinig vertrouwen meer in instanties’, vertelt Haval. ‘Maar nog wel in ons, omdat wij goed luisteren. Dat is de kracht van jeugdprofessionals.’ Peter knikt. ‘Nieuwsgierigheid en openheid zijn belangrijke instrumenten voor ons. Daarmee gaan we oprecht op zoek naar wat een jongere beweegt. Wij zien de grieven in de jongere, niet alleen zijn gedrag of agressie.’

Zo werkte Peter met een dakloze jongere die de schrik van de stad was. ‘Hij schreeuwde veel, was gewelddadig, gebruikte veel drugs. En hij was zwaar extreemrechts. Onderweg van zijn huis naar onze dagbesteding schreeuwde hij tegen iedereen met een kleurtje de meest nare dingen. Hij voelde zich het uitschot van de maatschappij. Dat had hij van jongs af aan ook gehoord: jij groeit op voor galg en rad, jij bent niets waard.’ De jongen bleek een hekel aan zwerfafval te hebben. Peter hielp hem aan een afvalbak en knijpstok, om rotzooi in de buurt op te ruimen. ‘Al snel kwam de waardering uit de wijk: wat goed dat je dit doet, wat fijn dat er iemand is zoals jij. Door die positieve reacties, ook van de mensen aan wie hij een hekel had, zagen we hem heel snel veranderen.’

Foto Saddam Hussein

Deze open blik van veel jeugdprofessionals betekent ook dat zij niet direct oordelen als een jongere iets zegt of doet. Daarmee proberen zij de hulpverleningsband zo goed mogelijk in stand te houden. Maar dat is niet altijd gemakkelijk, weet Haval. ‘Ik begeleid een Syrische jongere die op zijn telefoon een grote foto heeft van Saddam Hussein. Ik kom zelf uit Irak. Toch heb ik nooit gezegd dat hij een dictator was en vreselijke dingen heeft gedaan. Ik probeer vanuit het perspectief van die jongen te kijken. Maar ik ga wel in gesprek met hem: waarom is hij belangrijk voor jou? Wat weet je over hem?’

Door hun houding en vaardigheden zijn jeugdprofessionals bij uitstek in staat om jongeren te ondersteunen die worstelen met identiteitsvraagstukken of zich aangetrokken voelen tot extreme idealen. Maar wanneer het over radicalisering gaat, wordt het voor veel professionals een stuk spannender om ‘gewoon’ je werk te blijven doen. Die onzekerheid is niet vreemd, vertelt Nora Hammidi, adviseur van Platform JEP (zie kader). ‘Als je radicalisering vermoedt en je blijft je zorgen maken over een jongere, dan komen er extra uitdagingen bij. Die hebben ook met een gevoel van veiligheid te maken. Wanneer zijn de risico’s zo ernstig dat je buiten je eigen organisatie informatie deelt? En met wie deel je informatie? Wanneer deel je informatie met de politie, en wat betekent dat voor jou en de jongere? Die dilemma’s maken dit werk moeilijk.’

Ondersteuning

Platform JEP ondersteunt professionals met kennis, kunde en advies. Zo helpt de Werkwijze informatie delen bij mogelijke radicalisering om zorgvuldig een besluit te nemen over het delen van informatie met externen. Haval herkent de dilemma’s in zijn eigen werk. ‘Wat doen we met signalen dat een jongere of een gezin misschien geradicaliseerd is? Er is altijd het risico dat we iets als radicalisering benoemen, terwijl dat later niet zo blijkt te zijn. Het is daarom belangrijk dat organisaties ons als professionals ondersteunen om de goede afwegingen te kunnen maken.’

Platform JEP biedt die ondersteuning, onder meer met informatie op de website, een advieslijn, een pool met ervaren professionals en verschillende bijeenkomsten. Maar belangrijker nog is dat jeugdprofessionals ondersteuning krijgen in hun eigen omgeving en organisatie.

Collega’s inschakelen

Voor Haval betekent dit bijvoorbeeld dat hij persoonlijke dilemma’s bij de begeleiding van een jongere moet kunnen bespreken in zijn organisatie. ‘Er moet ruimte zijn om een collega in te schakelen, die het eventueel van je kan overnemen. Op de crisisopvang werken wij als team al acht of negen jaar samen. Daardoor kennen we elkaar goed, en kunnen we onszelf kwetsbaar opstellen naar elkaar.’ Daarbij helpt het als leidinggevenden of een bestuur de lastige dilemma’s op de werkvloer erkennen en ook zelf bespreekbaar maken. En pal achter hun medewerkers gaan staan in situaties waarin het moeilijk wordt of waarin professionals zich onveilig voelen. ‘Ik werkte vroeger op een opvanglocatie voor dak- en thuislozen met een psychiatrische indicatie, drank- en drugsverslavingen en justitiële contacten’, vertelt Peter. ‘Ik wist: als ik een van hen aanspreek op zijn gedrag, dan escaleert het. Dan was het dus heel handig dat ik kon zeggen: mijn manager heeft besloten dat jij een sanctie krijgt.’

Per regio verschillend

Bij (mogelijke) radicalisering of extremisme maken professionals zich soms zorgen over de veiligheid van een jongere, of over hun eigen veiligheid. Ze moeten dit kunnen bespreken, in hun organisatie of in de omgeving. Vaak zijn er bestaande structuren in de werkomgeving voor (anoniem) overleg over een jongere, zoals zorgteams, multidisciplinaire overleggen, gemeentelijke adviespunten of casuïstiekbesprekingen. ‘Dit verschilt per gemeente en regio’, zegt Nora. ‘Bel dus Platform JEP. Dan proberen wij je te verbinden met de juiste personen in jouw regio. Ook voor algemene vragen kun je bij Platform JEP terecht. Wat werkt in de preventie van polarisatie en radicalisering? En wat is de rol van de jeugdhulpverlening daarbij?’

Maatschappelijk probleem

Peter en Haval hebben beiden ervaring met jongeren die extremistisch gedachtegoed uitdragen of betrokken zijn bij extremistische organisaties. Ook dan is juist het werk van jeugdprofessionals van betekenis. Hun kracht is dat zij hen als jongeren blijven zien, en niet (alleen) als een veiligheidsrisico. Om zo’n jongere te helpen, is het nodig om je in te leven in de ander, vertelt Peter. ‘Waarom denkt hij zo? Waarom krijgt hij bepaalde kronkels in zijn gedachten?’ Hij geeft het voorbeeld van een rechtsextremistische jongen die na acht maanden jeugddetentie totaal veranderd terugkwam. De reden: hij was verliefd geworden op een Surinaamse dame. ‘Dit voorbeeld laat zien dat radicalisering, en ook deradicalisering, moeilijk te voorspellen processen zijn’, reageert Nora van Platform JEP. ‘Als hulpverlener ben je een van de spelers om een jongere heen. Er zijn allerlei factoren, die soms helemaal niet, en sowieso niet alleen beïnvloedbaar zijn door een jeugdprofessional. Het is bijvoorbeeld ook nodig om families te ondersteunen, en om discriminatie op de arbeidsmarkt aan te pakken. Dit is een maatschappelijk probleem, dat we gezamenlijk moeten aanpakken.’

In zo’n gezamenlijke aanpak is het onderwijs een belangrijke partner voor jeugdprofessionals, zegt Peter. ‘Op een bepaalde leeftijd zijn jongeren meer in de klas dan bij ons of bij hun ouders. Ook de leraren hebben we dus hard nodig.’ Als jeugdhulpverlener was hij een paar jaar verbonden aan een opleiding voor Nederlands als tweede taal, die onderdeel was van de inburgering. ‘Een vrouw pakte daar een boek waarop twee zoenende mensen stonden. Een man reageerde fel: de vrouw mocht dat boek niet aanraken. Dit leek me iets om te benoemen, zeker bij zo’n opleiding. Maar ik zag een flinke handelingsverlegenheid bij de leraar. Hij maakte het niet bespreekbaar. Niet uit onwil, denk ik, maar leraren hebben het al zo druk. Dan moeten ze zich ook nog bezighouden met dit soort gevoelige thema’s.’

Diverse (wijk)teams

Haval zoekt in zijn werk ook samenwerking met collega’s in wijkteams. ‘Wij krijgen regelmatig jongeren vanuit de buurtteams met een aantekening van radicalisering. Zo was er een jongen die iedere keer dat hij door een deur naar buiten ging tien keer een stuk uit de Koran moest lezen. Om zich te beschermen tegen de duivel. Dat is echt een hulpvraag voor de psychiatrie. Maar ja, als zo’n jongen bij jouw buurtteam binnenloopt en verzen uit de Koran blijft oplezen, dan denk jij misschien ook wel: heeft hij een bom bij zich?’

Kennis en ervaring bouw je vooral op in diverse teams, merkt Haval in de praktijk. ‘Op de crisisopvang werk ik al jaren in een team met verschillende disciplines en achtergronden. Wij praten veel met elkaar over de jongeren die wij begeleiden. Zo verrijk je elkaar, en dat ontbreekt soms bij andere afdelingen of organisaties. Daarom kunnen wij een rol spelen voor bijvoorbeeld scholen of buurtteams, door informatie en ervaring met hen uit te wisselen.’

Mooie voorbeelden

Vanuit Platform JEP ziet Nora mooie voorbeelden van samenwerking tussen onderwijs, jeugdhulp en jongerenwerk. Die voorbeelden zullen de komende periode onderzocht en beschreven worden. ‘School en wijk kunnen gezamenlijk een open sfeer creëren, waarin ruimte en zorg is voor ontevredenheid van jongeren. En waar tegelijkertijd de ontwikkeling van een veerkrachtige identiteit centraal staat. Jeugdprofessionals dragen daar een belangrijk steentje aan bij.’

* Om privacyredenen zijn dit gefingeerde namen.