Loader

Hoe gaan we om met complexiteit?

In het afgelopen half jaar heb ik me opvallend veel beziggehouden met ‘complexiteit’, wat mij betreft een van de grote uitdagingen van deze tijd. Van dichtbij zag ik hoe het sociaal domein hiermee omgaat: van lokale doorzetter tot procesregisseur.

Voor het Nederlands Jeugdinstituut werkte ik mee aan een groot project over de hulpverlening aan kinderen en gezinnen met complexe problematiek. Ik interviewde jongeren, ouders en hulpverleners. Op zoek naar inzichten en geleerde lessen die waardevol zijn voor de jeugdhulpverlening.

Daarnaast voerde ik een interessant project uit voor Veiligheidshuis Haaglanden. Dit is een van de dertig zorg- en veiligheidshuizen in Nederland, die – zo schrijven ze zelf – ‘partners uit de strafrechtketen, de zorgketen, gemeentelijke partners en bestuur verbinden in de aanpak van complexe problematiek’. Die problematiek varieert van huiselijk geweld en personen met verward gedrag tot terugkerende criminaliteit en radicalisering en extremisme. De aanpak van radicalisering is misschien wel het meest complex, en precies daarbinnen viel mijn opdracht.

Niet nieuw, of toch wel?

Nu is het voor velen herkenbaar dat als je je met een verschijnsel bezighoudt, je dat ineens overal terug ziet komen. Zo zie ik steeds meer om me heen, zeker in het sociaal domein, dat mensen worstelen met complexiteit. Is dat nieuw? Natuurlijk niet. De wereld is altijd complex geweest, de natuur is complex, de mens is uiterst complex. Maar toch lijkt er iets veranderd. Perspectivity, dat onlangs een mooie bundel over complexiteit uitbracht, beschrijft het treffend:

‘What appears to be novel is that complexity has entered into the workplace and into our daily lives. The exponential growth of knowledge, technology, social diversity and global interdependence has led to a dramatic increase in systemic complications. We are facing more and more questions that can no longer be tackled by experts alone, not matter how smart they might be. To navigate complexity, we need each other, like ants building an anthill.’

Omgaan met complexiteit vraagt een houding, vaardigheden en een manier van werken die we misschien nog niet goed gewend zijn. Ik raak er steeds meer van overtuigd dat het omgaan met complexiteit een van de grootste uitdagingen is van deze tijd. In de afgelopen maanden zag ik verschillende manieren hiervoor.

Gezaghebbend met overwicht

Zo vertelden verschillende jeugdhulpverleners mij in interviews en gesprekken over personen met ‘doorzettingsmacht’. Dit zijn functionarissen die een vastgelopen casus vlot kunnen trekken en een oplossing kunnen forceren. Denk aan een kind dat niet de juiste zorg krijgt omdat verschillende instellingen het onderling niet eens worden over wie de zorg moet verlenen en onder welke voorwaarden. De hulpverlening stokt, het kind is de dupe. De casus kan dan worden ‘opgeschaald’ naar een functionaris met doorzettingsmacht, die de knoop doorhakt. Zo krijgt het kind de hulp die het op dat moment nodig heeft.

Er bestaan verschillende varianten van zo’n persoon die bij complexe problematiek de knoop ontwart en doorhakt. De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) noemt het een ‘lokale doorzetter’. Hij of zij moet een gezaghebbend persoon zijn met overwicht, die vaststelt wat de best passende zorg is en regelt dat die voor elkaar komt. Even doordouwen, en dan komt het goed voor het kind.

Dat klinkt natuurlijk aantrekkelijk. Maar van een bestuurder in de jeughulp leerde ik onlangs dat zo’n geforceerde oplossing uiteindelijk weinig oplevert, zeker op lange termijn. Kenmerk van complexe problematiek is immers dat veel verschillende partijen betrokken zijn, een belang hebben én nodig zijn voor de oplossing. Complexe problematiek vraagt een gezamenlijke aanpak. Als een vastgelopen casus wordt opengebroken door een ‘doorzetter’, die vervolgens weer vertrekt, zijn het weer de betrokken partijen die met elkaar aan de slag moeten. Misschien nu even niet voor deze casus, maar wel voor al die andere die er ongetwijfeld nog gaan komen. Hun onenigheid over oplossing en aanpak is echter niet verdwenen. Dus hoe groot is de kans dat een volgende casus ook vastloopt?

Niet één antwoord

De behoefte om een kind te helpen dat onnodig lang moet wachten op hulp, is begrijpelijk. Ik zou die oplossing dan ook zo snel mogelijk willen forceren. Maar volgens mij speelt hier nog iets anders. We zijn simpelweg niet zo goed in het omgaan met complexe problematiek. Denk aan een gezin met gedragsproblemen bij een kind, schuldenproblematiek bij de ouders en ggz-problematiek bij de moeder, gecombineerd met de zorg die op verschillende manieren wordt gefinancierd en georganiseerd vanuit de gemeente, en de hulpverlening die verdeeld is over lokale wijkteams en gespecialiseerde instellingen die regionaal opereren. Als we in zo’n geval op zoek gaan naar het snelle antwoord dat een einde moet maken aan alle ellende, ontkennen we de complexiteit die juist zo kenmerkend is voor de situatie.

Hier is geen sprake van onwil. We hebben het nooit goed geleerd. Bedrijfskundige Eric Koenen beschrijft het goed in het boek Weten vraagt meer dan meten:

‘mensen [zijn] heel lang opgeleid met het idee dat je ‘het goede antwoord moet weten’, dat er maar één goed antwoord is en dat je dat met lijf en goed moet verdedigen. Maar in deze complexe tijd moet je in organisaties niet op zoek naar het goede antwoord, maar naar een goed antwoord, of naar een dilemma waar je mee om moet zien te gaan. Dat ontdek je al doende en al bijsturend.’

Onderliggende problematiek

In het document over de ‘lokale doorzetter’ geeft de VNG het voorbeeld van een jongen die niet naar school gaat en een vorm van dagbehandeling nodig heeft. Hij kan hiervoor bij organisatie A terecht, maar omdat de gemeente met die organisatie geen contract heeft, moet hij naar organisatie B. Maar daar is een wachtlijst van drie maanden. Dus zit de jongen nog drie maanden langer thuis.

Dit is overduidelijk een schrijnend geval, waarbij financieringsregels ten onrechte prevaleren boven het welzijn van deze jongen. Dus komt de lokale doorzetter erbij, die waarschijnlijk oplegt dat de jongen zo snel mogelijk zijn behandeling krijgt bij organisatie A. Dan maar zonder contract met de gemeente.

Daarmee is de jongen (voorlopig) geholpen. Maar de onderliggende problematiek is niet verdwenen. Want natuurlijk wil iedereen dat deze jongen zo snel mogelijk zijn behandeling krijgt. Ook de gemeenteambtenaar. Maar blijkbaar liggen er regels of structuren in de weg, waardoor de hulp in eerste instantie niet verleend kon worden. Dát moet worden opgelost, ook om dit soort situaties in de toekomst te vermijden. De lokale doorzetter doet dat echter niet. Die wordt immers ingevlogen om deze ene casus op te lossen. Waarmee hij en passant ook nog eens de verantwoordelijkheid voor de casus overneemt van de betrokken partijen. Met een beetje pech voelen die zich nu nog minder aangesproken om gezamenlijk duurzame oplossingen te verzinnen voor dergelijke problematiek.

Daadkrachtig zonder te drammen

Bij het Veiligheidshuis Haaglanden heb ik een andere manier van omgaan met complexe problematiek leren kennen. Het idee van een zorg- en veiligheidshuis is dat bij een complexe casus (met problemen op meerdere leefgebieden) alle betrokken partijen een gezamenlijk plan van aanpak afspreken. Dat gaat niet vanzelf. Daarom is er een procesregisseur van het zorg- en veiligheidshuis, die de betrokken partijen om tafel zet, het overleg faciliteert en waarborgt dat er een plan van aanpak komt dat door iedereen gedragen wordt.

Waar de ‘lokale doorzetter’ gezaghebbend moet zijn en overwicht moet hebben, wordt van een procesregisseur iets heel anders verwacht. Zo werd in een recente vacaturetekst een ‘groepsgerichte leider’ gevraagd, die ‘op samenwerking gericht’ is en ‘daadkrachtig zonder te drammen’. Hij of zij moet ‘goed kunnen luisteren’ en ‘mensen kunnen enthousiasmeren voor de gezamenlijke opgave’.

Geen doorzettingsmacht, maar kennis en kunde om partijen te bewegen zelf gezamenlijk tot een oplossing te komen.

Aanvaard complexiteit

Zo zag ik van dichtbij twee methoden om complexe situaties aan te pakken. De ene is snel, gedecideerd en oplossingsgericht voor de korte termijn. De andere vraagt meer tijd, streeft naar gezamenlijkheid en is gericht op een duurzame oplossing ook voor de langere termijn.

Natuurlijk zijn er ook varianten die zich ergens hiertussenin bewegen. En het gaat er niet om welke methode beter is. Immers, ook voor het omgaan met complexiteit bestaat niet één antwoord. Zeker hierbij is vaak maatwerk vereist.

Maar in alle gevallen is de eerste stap om de complexiteit, die inherent is aan de huidige samenleving, te aanvaarden. Haar ontkennen heeft geen zin, haar proberen te beteugelen zal tevergeefs zijn. We moeten er mee leren omgaan. En daarin zijn al veel lessen geleerd, die we ten volle kunnen benutten.