Loader

“I want Mosul”

Dat de geschiedenis zich regelmatig herhaalt, is een cliché van jewelste. De mensheid lijkt onderworpen aan een historische pendule die ons steeds weer laat terugkeren naar waar we vandaan komen. Of we leren simpelweg bar weinig van onze historie. Een paar weken geleden vergaderden ministers uit zo’n twintig landen over de toekomst van de Iraakse stad Mosul, op uitnodiging van de Franse president Hollande. Bijna honderd jaar geleden was Mosul — waar toen de eerste olie uit de grond spoot — ook al inzet van hoog internationaal spel. De Britten en Fransen vochten een jarenlange, bittere strijd om de erfenis van het uiteenvallende Ottomaanse Rijk. Toen over de ruggen van de Irakezen heen, nu praten de Irakezen in ieder geval mee aan tafel.

Schaamteloze strijd

In het ontluisterende boek A line in the sand beschrijft de Britse historicus James Barr alle details van deze Frans-Duitse vijandigheid. Hieruit blijkt vooral de arrogantie van de wereldmachten van toen, en de schaamteloze strijd om het eigenbelang. Het is de tijd waarin de Amerikaanse president Woodrow Wilson een lans breekt voor het zelfbeschikkingsrecht van volkeren en de Volkenbond probeert dit zelfbeschikkingsrecht daadwerkelijk af te dwingen. Maar tevergeefs. De Franse premier Clemenceau verlangde heimelijk terug naar de tijd waarin je onwelgevallige volkeren gewoon nog kon afmaken, toen hij verzuchtte: “The art of arranging how men are to live is even more complex than that of massacring them.”

Vuile handen maken

We bakkeleien dus nog steeds over Mosul, maar daarbij deelt het eigenbelang inmiddels het podium met de universaliteit van de rechten van de mens. Maar wie de hoofdrol krijgt en wie de bijrol, dat is maar de vraag. Ik hoorde VVD’er Han ten Broeke onlangs met veel bombarie pleiten voor een buitenlandbeleid waarin we “vuile handen maken” en handelen tegen onze “eigen, diepgewortelde morele waarden”. Want: “in het binnenland verdedigen we onze waarden, in het buitenland onze belangen”. De rechten van de mens zijn universeel en ondeelbaar, totdat ze ons in de weg staan. Van een internationaal cafétariamodel zijn de liberalen dus toch niet zo vies.

Consistentie

Nu zijn binnenlandse politiek en buitenlandbeleid niet zo strikt te scheiden als Ten Broeke denkt. Eerder al voorspelde Roxane van Iperen dat deze houding “in een geglobaliseerde wereld als een boemerang terugkomt”. Paul Scheffer zegt het uiterst genuanceerd in zijn essay De vrijheid van de grens: “Juist de nieuwe afhankelijkheden in een globaliserende wereld maken het verschil tussen binnen- en buitenland kleiner, en daarmee ook het verschil tussen binnenlandse en buitenlandse politiek. Enige mate van consistentie tussen de normen die men in het binnenland hoog wil houden en de normen die leidend zijn in de internationale betrekkingen, is dan wel van belang.”

Buit verdelen

In 1918 verdeelden de Britten en Fransen de Ottomaanse buit. “Tell me what you want”, zei Clemenceau. “I want Mosul”, antwoordde de Britse premier Lloyd George. “You shall have it.” Nu organiseren we een “high-level meeting for the stabilization of Mosul” en bespreken we gezamenlijk de “strategic and humanitarian stakes of stabilizing Mosul and the surrounding area”. De terminologie is veranderd. Maar het VVD-pleidooi voor een buitenlandbeleid gestoeld op eigenbelang doet toch vermoeden dat we niet zoveel hebben geleerd van de geschiedenis als we denken.