Loader

Interview met Canadese onderzoeker Bessma Momani

In 2015 verscheen Arab Dawn, een zeldzaam optimistisch boek over de toekomst van de Arabische wereld. Auteur is de Canadese onderzoeker Bessma Momani, kenner van de jonge generaties in het Midden-Oosten. Begin februari sprak ik met haar over de kansen en barrières voor jongeren in de Arabische wereld. En over de mogelijkheden voor Nederland om te investeren in de toekomst van de Arabische wereld. Dit artikel verscheen op de website van het Grote Midden Oosten Platform.


‘Deze 20-jarigen staan klaar om de wereld te veranderen’


De Canadese onderzoeker Bessma Momani ziet dat een nieuwe generatie van creatieve, opgeleide en internationaal georiënteerde jongeren de toekomst van de Arabische regio vormgeeft. Het Grote Midden Oosten Platform sprak met Momani over de mogelijkheden voor Nederlandse beleidsmakers en ondernemers om te investerren in Arabische jongeren. ‘Er is een hele generatie in het Midden-Oosten die het beter wil hebben. Dus jullie hebben een partner.’

Jouw boek Arab Dawn sluit af met een interessante opmerking: ‘The challenges that Arab youth face are considerable, but there are many reasons to be optimistic about the generation that will lead the region in the coming decades.’ Waarom vind je het belangrijk dit optimisme uit te dragen?

‘Omdat we anders niet erkennen hoeveel werk Arabische jongeren hebben verricht, tot op de dag van vandaag. We moeten daar goed over nadenken, ook als het gaat over Nederlands beleid. Nederland is steeds meer verbonden met het Midden-Oosten. Niet alleen door de vluchtelingen die hier komen, maar ook door de integratie met de economische markten van het Midden-Oosten. Jullie bedrijven investeren in het Midden-Oosten. Jullie diplomaten werken in het Midden-Oosten. We moeten ons realiseren dat we een interconnected world vormen. Als we niet verder komen dan het Midden-Oosten alleen markeren en verder negeren, dan geven we geen hoop aan de miljoenen jongeren die de toekomst van de regio vormen, demografisch gesproken.’

Waarom moeten we ons richten op de nieuwe generatie, en niet op de huidige politieke en economische structuren in Arabische landen?

‘Eerlijk gezegd, omdat ik de oudere generatie heb opgegeven. De Arabische leiders zijn in de zestig, soms nog ouder. De mediane leeftijd in het Midden-Oosten is ongeveer twintig jaar, en die 20-jarigen staan klaar om de wereld te veranderen. Hun tijd komt nog. Om effectief te zijn en impact hebben, moet het Westen zich daarom richten op dit demografische gegeven. We moeten beleid en activiteiten ontwikkelen, en bilaterale betrekkingen vormgeven, in het belang van die 20-jarigen. Bij elke actie die we ondernemen, moeten we onszelf afvragen: wat betekent dit voor de Arabische bevolking over een paar decennia?’

De hoge jeugdwerkloosheid is een van de belangrijkste problemen in de regio. Wat is hierin de grootste uitdaging?

‘Meritocratie. Mensen willen erkenning voor wat ze kunnen. Jongeren in de Arabische wereld zoeken steeds meer naar banen bij buitenlandse bedrijven, omdat ze weten dat ze daar betere kansen hebben. Ze weten dat de publieke sector vaak gevuld is met nepotisme. Wat is je achternaam, wat doet je vader, wiens neef ben je? Hier ligt ook een verantwoordelijkheid voor ons. Als een Nederlands bedrijf een vestiging heeft in het Midden-Oosten moet het zich afvragen: hoe zorgen wij ervoor dat wij de beste werknemers krijgen? Gebruiken we een aanbevelingsprogramma? Laten we het veranderen. Werken we met anoniem solliciteren? Waar is de genderdiversiteit in onze teams?’

Voelen westerse bedrijven deze verantwoordelijkheid?

‘Soms. Vooral als ik uitleg dat een bedrijf gebaseerd op verdiensten een hardwerkend en productief personeelsbestand heeft. Als werknemers zien dat promoties zijn gebaseerd op verdiensten en niet op wie je bent, werken ze harder. Het is dus belangrijk dat we die waarden meenemen naar het Midden-Oosten.’

Al deze jongeren hebben banen nodig. Komen die vanuit de publieke sector in de Arabische landen? Of de private sector?

‘Het midden- en kleinbedrijf zal altijd de grootste werkgever zijn, en ik denk dat er een mooie kans is om veel ondernemers te helpen om op te schalen. Zij hebben mentorschap nodig, financiële ondersteuning, technologische ondersteuning… ze hebben een ecosysteem nodig om te overleven en te bloeien. Maar ik ben ook voorzichtig: we moeten niet doen alsof overheden geen verantwoordelijkheid hebben. Ik zie dit bijvoorbeeld bij jongeren in Egypte. Zij doen alles goed, maar ze kunnen niet opboksen tegen de realiteit van een autoritair land. De realiteit dat er censuur is, dat het monetaire beleid niet werkt. We kunnen de rol van de overheid niet veronachtzamen. Het klimaat dat deze overheden creëren kan erg contraproductief werken.’

En dat is moeilijk te beïnvloeden?

‘Nou, we zijn nog steeds belangrijke financiers. We hebben een belangrijke stem bij de Verenigde Naties, bij het Internationaal Monetair Fonds. We moeten benadrukken dat hoe hard deze jongeren die achter de meeste start-ups staan ook hun best doen, ze tegen een systeem opboksen dat nog steeds erg corrupt en nepotistisch is. Een systeem dat beleid maakt voor de korte termijn, en dat veiligheid belangrijker vindt dan sociale welvaart.’

Zijn er mogelijkheden voor de Nederlandse private sector om bij te dragen aan dit ecosysteem voor ondernemerschap?

‘Je zult verbaasd zijn hoe waardevol mentorschap is, om een voorbeeld te noemen. Het kost weinig, en jongeren daar hebben vooral hulp en ideeën nodig. Nederland kent een lange geschiedenis in de logistiek en vele industrieën. Waar zijn de titanen van deze industrieën die in het Midden-Oosten advies geven, of individuele begeleiding? Ik zie veel jonge vrouwen die zichzelf graag willen bewijzen en die rolmodellen nodig hebben. We moeten krachtige vrouwen uit het Westen meenemen en daar op plekken neerzetten waar ze door jonge vrouwen worden gezien als rolmodellen.’

Dit zijn vooral kleine dingen.

‘Absoluut. Je kunt denken: ik heb maar tien kleine start-ups beïnvloed. Maar die start-ups nemen ieder vijf mensen in dienst, en dan heb je vijftig mensen die niet alleen naar de volgende fase in hun leven gaan. Ze krijgen ook kinderen en leren hen andere waarden dan de waarden die vorige generaties aan hun kinderen hebben geleerd. Mijn grootmoeder vertelde mij dit gezegd: “Neem een haar en voeg daar nog een haar aan toe, en uiteindelijk heb je een baard.” We moeten op kleine schaal denken. Uiteindelijk kan dat, in onze interconnected world, veel groter worden.’

Onderzoek laat zien dat het onderwijs in de Arabische wereld niet de vaardigheden oplevert die nodig zijn op de arbeidsmarkt. Dat is een belangrijke uitdaging.

‘Er is sprake van een mismatch, en wij kunnen daarbij helpen. Terug naar die kleine schaal: universiteiten hier kunnen tweeweekse onderwijsprogramma’s opzetten voor jongeren daar. We kunnen daarvoor westerse instituten in de regio gebruiken, dat zijn plaatsen waar jongeren naartoe gaan. En we kunnen deze programma’s online zetten. En laten we niet de ambachten vergeten die zo belangrijk zijn geweest voor West-Europa. Dit zijn nu uitstervende beroepen in het Westen, maar we kunnen die vaardigheden naar het Midden-Oosten brengen, waar de arbeidskosten nog vrij laag zijn. Kan een schoenmaker mensen in verschillende dorpen niet leren hoe zij producten van hoge kwaliteit maken? Laten we niet zeggen dat dit geen impact heeft. Dit verandert de levens van de mensen in de regio.’

Als jongeren willen investeren in hun toekomst moeten ze de kans hebben om volledig mee te doen in de samenleving. Wat is daarvoor nodig?

‘Ze hebben een kans nodig. Dat is waarom we overheden niet mogen ontslaan van hun verantwoordelijkheid. In veel gevallen krijgen jongeren simpelweg niet de mogelijkheid. Als je kijkt naar sommige van de meest repressieve samenlevingen: hun diaspora’s bloeien. Sommige van ’s werelds beste ingenieurs in westerse organisaties komen uit Egypte. De slimste computerprogrammeurs in Silicon Valley hebben een Iraanse achtergrond. Dit is waar overheden hun mensen in de steek hebben gelaten.’

Kunnen ngo’s hier een rol spelen?

‘Dat is erg belangrijk. Ik zie dat veel ngo’s zich steeds meer richten op het lokale niveau. Wat er gebeurt bij lokale overheden is vaak minder bedreigend voor staten. Maar het is wel een investering in de toekomst van mensen. Dus, brengen we goede voorbeelden naar lokale overheden? Stimuleren we jongeren om mee te praten over hoe hun stad wordt bestuurd, hoe het openbaarvervoersysteem moet werken, hoe water wordt hergebruikt?’

Wie kunnen hierin lokale partners zijn voor westerse ngo’s?

‘Jongerenorganisaties, vrouwenorganisaties. En denk ook aan mensen met een beperking. Ik ben altijd verbaasd hoe uitdagend het is voor mensen met een beperking om in een moderne stad in het Midden-Oosten te functioneren. In het Westen hebben we zoveel gedaan om onze gebouwen en steden toegankelijk te maken. We denken altijd aan Artsen zonder Grenzen, maar waar zijn onze Planologen zonder Grenzen? Als planoloog of stedelijk ontwerper moet je je niet bezighouden met het buitenlandbeleid van Egypte of Syrië. Je kunt helpen door les te geven over inclusief ontwerp, of afvalbeheer.’

Zijn we te bescheiden in het aanbieden van onze expertise?

‘Het is goed om bescheiden te zijn, want als westerse samenlevingen hebben we veel dingen verkeerd gedaan. En we doen niet altijd wat we zeggen. Dus we moeten voorzichtig zijn, want we kunnen erg hypocriet overkomen. Maar ook dit is geen eenrichtingsverkeer. We kunnen ideeën uitwisselen. Misschien kunnen we ook iets leren van het Midden-Oosten? Er zijn veel dingen die ik leer als ik daarheen ga. Een beter familielid zijn, meer geduld en respect voor ouderen hebben. Het ontroert me als ik Syriërs de hand van hun ouderen zie kussen.’

Ten slotte, wat is jouw advies aan Nederlandse beleidsmakers en ondernemers?

‘Er is een hele generatie in het Midden-Oosten die het beter wil hebben. Zij zijn niet tevreden met het verleden, zij willen geen achteruitgang. Zij willen vooruit. Dus jullie hebben een partner.’

 

Bessma Momani is professor in de politieke wetenschappen aan de University of Waterloo en de Balsillie School of International Affairs. Haar ouders, beiden van het Momani-geslacht in het noorden van Jordanië, verhuisden in de jaren zestig naar Canada. Bessma Momani voelt zich zowel westers als Arabisch, en is erg gepassioneerd over de Arabische wereld, zeker de jongere generaties. In 2015 schreef ze het boek Arab Dawn. Arab youth and the demographic dividend they will bring.