Loader

Kennis: van individu naar collectief

Weten wat we niet weten is zoveel beter dan niet weten hoe weinig we weten. Een pleidooi voor meer waardering voor collectieve kennis.

Vraag tien mensen of ze weten hoe een rits werkt. Allemaal zullen ze zeggen dat ze natuurlijk wel weten hoe een rits werkt. Vraag dan of ze kunnen uitleggen hoe een rits werkt. In detail, stap voor stap, hoe opent en sluit een rits zich? Negen van de tien mensen zullen het je niet kunnen vertellen. Uiteindelijk weten we toch niet zo heel goed hoe een rits daadwerkelijk werkt.

Dit is een van de vele voorbeelden die de Amerikaanse wetenschappers Steven Sloman en Philip Fernbach geven in hun boek The Knowledge Illusion. Zij beschrijven de illusie, die we allemaal hebben, dat we veel weten, terwijl we in werkelijkheid maar heel weinig weten. Individueel begrijpen we maar een fractie van wat er om ons heen gebeurt. Maar we denken dat we hele wereld snappen. We overschatten structureel en stelselmatig ons eigen kennisniveau.

Deskundigen

Dit zien we dagelijks terug in de vele praatprogramma’s op televisie en radio. De ene na de andere deskundige schuift aan en praat over het onderwerp waar hij of zij veel vanaf weet – en bij voorkeur ook over de andere onderwerpen die ter tafel komen, want hij of zij zit er toch. Zo schuiven er regelmatig ‘Midden-Oostendeskundigen’ aan. Er is voldoende actualiteit in het Midden-Oosten, dus de behoefte aan meer kennis en duiding is begrijpelijk. Maar toch heb ik altijd een gezonde dosis argwaan jegens veel van deze ‘Midden-Oostendeskundigen’.

En toen sloot ik me een paar jaar geleden aan bij het Grote Midden Oosten Platform, en werd ik daar een van de ‘experts‘. Tot op de dag van vandaag voel ik me daar ongemakkelijk bij. Maar waarom?

Te complex

Deels is dit denk ik intuïtief. Ik begrijp niet hoe iemand ervan overtuigd kan zijn dat hij alles weet en alles snapt van dat ene deelgebied waarin hij een deskundige is. Daar is de wereld simpelweg veel te complex voor. Je kunt niet alles begrijpen en weten van een regio met vierhonderd miljoen inwoners, met een duizenden jaren oude geschiedenis vol beschavingen, culturen en godsdiensten, waarin de dag van vandaag en morgen wordt bepaald door geopolitieke verschuivingen, economische ontwikkelingen, juridische implicaties, psychologische processen, culturele achtergronden en een heleboel onvoorziene gebeurtenissen. Niemand is in staat om al die disciplines te beheersen en alle al dan niet causale verbanden te begrijpen.

Dus hoe dan, Midden-Oostendeskundige?

Over- en onderschatting

Jaren geleden vertelde iemand me over het Dunning-Krugereffect. Mensen met weinig kennis of capaciteiten overschatten vaak hun eigen kennis en kunde, terwijl mensen met veel kennis en kunde zichzelf vaak onderschatten. Mensen die enige informatie hebben opgevangen over een onderwerp denken al gauw dat ze weten hoe het zit. Overschatting dus. Mensen die zich er daadwerkelijk in verdiepen, komen erachter dat het onderwerp veel complexer is dan het lijkt, en dat er nog veel meer is dat ze niet kennen. Ze realiseren zich dat ze eigenlijk nog maar bar weinig weten. Onderschatting dus. Zo ontstaat het fenomeen dat onwetenden hun eigen kennisniveau hoger inschatten dan dat van mensen die er daadwerkelijk meer van weten. En, schrijft Rob Wijnberg: ‘zij die ondeskundig genoeg zijn om niet aan zelfrelativering ten prooi te vallen bestijgen overal het snelst de maatschappelijk ladder’.

Nu is het gemakkelijk, en misschien ook wel verleidelijk, om dit fenomeen te plaatsen in bestaande zwart-witframes als elite versus het gewone volk, hoogopgeleiden versus laagopgeleiden, of intellectuelen versus populisten. Zij denken alles maar te weten, maar eigenlijk hebben ze geen idee, want wij weten wel beter. Maar dat is onterecht.

Ons hoofd is te klein

Want het Dunning-Krugereffect is een menselijk mechanisme. Sloman en Fernbach laten overtuigend zien dat het menselijke verstand (human mind) zo geprogrammeerd is dat we goed onderliggende en abstracte patronen kunnen ontwaren, maar alle details eromheen snel vergeten. We onthouden de algemeenheden en de causale verbanden tussen het een en het ander. De rest slaan we niet op in onze hersenen. We snappen dat als je een rits naar boven trekt, de rits zich sluit. Maar hoe het in detail werkt, daar hebben we geen idee van. We snappen de wereld om ons heen, maar wel uiterst oppervlakkig en beperkt.

Dat moet ook wel, want ons hoofd is te klein om alle details te onthouden. We zouden gek worden als we ieder detail van de mechanismen om ons heen willen opslaan. Ons hoofd raakt verstopt, onze hersenen maken overuren, en we komen niet toe aan datgene wat de mensheid juist zo ver heeft gebracht: causale verbanden begrijpen en daarmee de meest effectieve handelingen kunnen bedenken voor de situaties waarmee we geconfronteerd worden.

Toegang tot kennis

De kracht van mensen zit niet in onze individuele kennis, schrijven Sloman en Fernbach, maar in het collectief. Mensen zijn bijzonder goed in staat om doorlopend gebruik te maken van de kennis om ons heen – in de hoofden van andere mensen, maar ook in de dingen en gebeurtenissen om ons heen. Mensen zijn in staat om kennis te delen en op elkaar over te brengen, niet alleen in het hier en nu, maar ook van generatie op generatie. We vormen met z’n allen een community of knowledge.

Via die community of knowledge bezitten we niet zozeer zelf veel kennis, maar hebben we toegang tot veel kennis. Maar, en daar ontstaat de kennisillusie, we kunnen vaak maar moeilijk het onderscheid maken tussen de kennis in ons hoofd en de kennis buiten ons eigen hoofd. We denken dat we weten hoe een rits werkt, maar we vertrouwen daarin volledig op die paar mensen die daadwerkelijk het mechanisme van een rits begrijpen en kunnen uitleggen. Zelf weten we het bij nader inzien toch niet precies.

Weten wat je niet weet

Dit onderscheid tussen individuele onwetendheid en collectieve wijsheid heeft mij leren begrijpen waarom ik zo’n argwaan koester tegen al die ‘deskundigen’ in de media. Want die individuen zijn op zichzelf dus helemaal niet zo deskundig. Sloman en Fernbach zeggen het mooi:

‘[T]he tiniest bit of knowledge makes us feel like experts. Once we feel like an expert, we start talking like an expert. And it turns out that the people we talk to don’t know much either. So relative to them, we are experts. That enhances our feeling of expertise.’

Herkenbaar?

Ben ik er dan op uit om al die zogenaamde deskundigen en experts te ontmaskeren? Niet direct. Er zijn immers wel degelijk mensen die veel meer weten van een bepaald onderwerp dan jij en ik, dat ook nog eens goed kunnen uitleggen (dat alleen is al een talent), en zich dus met recht deskundig mogen noemen. Mijn punt is dat juist deze mensen vaak heel goed weten dat ook hun kennis beperkt is, dat er heel veel is dat ook zij niet weten, en dat ook zij schatplichtig zijn aan die community of knowledge waarin we ons allemaal bevinden. De ‘echte’ deskundige weet dat hij of zij weliswaar veel weet, maar van slechts een beperkt deel van alles wat er te weten valt. Hij weet wat hij weet en wat hij (nog) niet weet. Zie hier het Dunning-Krugereffect: hoe meer mensen weten, hoe bescheidener ze worden over hun eigen expertise.

Ik wil dus niemand ontmaskeren, maar ik wil wel ons allemaal wat bescheidener maken. Klop jezelf niet te snel op de borst, maar realiseer je dat jouw kennis volledig afhankelijk is van de enorme hoeveelheid kennis om je heen, die je niet zelf bezit, maar waar je wel toegang toe hebt. Het gaat er niet om dat we allemaal ieder voor zich proberen ons individuele kennisniveau op te krikken, en daarmee te koop lopen op televisie en bij de radio. Het gaat er om dat we met z’n allen de collectieve kennis beter gebruiken, ontsluiten en vergroten.

Bijdrage aan collectieve kennis

Sloman en Fernbach pleiten er dan ook voor dat we intelligentie niet meer meten op het niveau van een individueel persoon. Jouw intelligentie of mijn intelligentie is moeilijk te meten, en eigenlijk niet relevant. Het gaat om jouw en mijn bijdrage aan de community of knowledge. Dat is immers waar we allemaal uit putten en waarmee we als mensheid vooruit kunnen.

Zie hier mijn probleem met experts en deskundigen op televisie: ze worden gepresenteerd (door zichzelf of door de presentator) als individuele genieën, maar ook zij zijn onderdeel van de community of knowledge. Ook zij zijn schatplichtig aan die enorme body of knowledge, waaraan ze zelf een belangrijke bijdrage leveren, wel degelijk. Maar de kennis huist niet zozeer in deze deskundige, maar in de community of knowledge waar zij deel van uitmaken.

Taken verdelen

In die community of knowledge is het handig als we de taken verdelen. Juist deze division of cognitive labor stelt ons in staat om taken te verdelen, kennisgebieden te verdelen, en gezamenlijk vooruitgang te boeken. Er zijn mensen nodig die rustig en tamelijk onzichtbaar in een laboratorium verder werken aan het ontwikkelen van nieuwe kennis. Er zijn mensen nodig die mediageniek zijn en in simpele taal en op een overtuigende en aantrekkelijke manier de toegang tot kennis laagdrempelig kunnen maken voor grote aantallen mensen. En er zijn mensen nodig die – vaak achter de schermen – bezig zijn om de body of knowledge te ontsluiten, en om te bedenken wat we allemaal nog niet weten. Die op zoek gaan naar perspectieven en invalshoeken die de bestaande kennis in een ander daglicht stellen, die de echte deskundigen helpen om hun kennis over te brengen op anderen, die kennis ophalen en dat elders weer verspreiden, enz. Die rol past het beste bij mij.

En natuurlijk, daarvoor moet je ook deskundigheid hebben. Als ik kennis over de situatie van jongeren in het Midden-Oosten wil ophalen, ontsluiten en weer verspreiden, moet ik wel weten waar ik over praat. Ik moet weten welke kennis er beschikbaar is, welke vragen ik moet stellen om de meest relevante kennis op te halen, waar ik moet zoeken naar kennis die we nog niet precies hebben. Maar daarmee presenteer ik mezelf niet als een Midden-Oostendeskundige. Het essentiële verschil voor mij is dat zo’n expert of deskundige uitgaat van alles wat hij of zij weet (of denkt te weten) en dat probeert uit te venten. Ik ga op zoek naar wat ik nog niet weet, wat we met z’n allen nog niet weten, welke inzichten we kunnen opdoen om onze collectieve kennis te vergroten of verrijken. Zoals Sloman en Fernbach het formuleren:

‘Instead of looking in at the knowledge you do have, you learn to look out at the knowledge you don’t have. To do this, you have to let go of some hubris; you have to accept that you don’t know what you don’t know. Learning what you don’t know is just a matter of looking at the frontiers of your knowledge and wondering what is out there beyond the border.’

Bevrijder van kennis

Kortom, ik noem mezelf nooit een deskundige of een expert. Ik ben schrijver, redacteur en onderzoeker. Ik onderzoek jongeren en de jeugdsector, in Nederland en het Midden-Oosten, en schrijf daarover. En ik redigeer. In de oorspronkelijke (Latijnse) betekenis van het woord is redigeren het ‘terugbrengen’ of ‘bijeenbrengen’ van een tekst in de juiste of gewenste vorm. De Arabische term voor ‘redacteur’ is muharrir, afgeleid van het werkwoord ‘bevrijden’. Een redacteur is in het Arabisch een ‘bevrijder’, iemand die de kern van een verhaal bevrijdt uit de woordenbrij eromheen. Die de kennis die verstopt zit in een tekst, of in het hoofd van een deskundige, of in een collectief van mensen, bevrijdt en daarmee ontsluit voor ons allemaal. In die rol voel ik me thuis. Geen deskundige, geen expert, maar een ‘bevrijder van kennis’.