Loader

Leiders van de toekomst

Als je goed kijkt, is het niet moeilijk om optimistisch te zijn over de toekomst van de Arabische wereld. De Canadese Bessma Momani helpt ons om beter te kijken naar de bron van dat optimisme: 200 miljoen kinderen en jongeren.

Het glas is halfvol bij Bessma Momani. Zo’n optimistische kijk op de wereld is niet alleen prettig voor je eigen gemoedstoestand. Als je de Arabische wereld bestudeert, moet je ook en vooral oog hebben voor positieve ontwikkelingen, kansen en lichtpuntjes. Het is gemakkelijk om pessimistisch te zijn. Maar daarmee zie je niet het hele verhaal.

Online gamers

Momani, een Canadese Midden-Oostenkenner verbonden aan de University of Waterloo, beschrijft in haar boek Arab dawn het ‘demografische dividend’ van de jonge Arabische bevolking. Bijna tweederde van de Arabieren is jonger dan 30 jaar. Dit demografische gegeven kan leiden tot een dynamische en adaptieve samenleving, tot economische groei, tot verandering en vooruitgang. Voor haar boek sprak ze met jongeren uit de hele regio en al die gesprekken geven haar vooral hoop voor de toekomst. En die hoop is niet ongegrond, wetende dat deze jongeren de leiders en beslissers van de toekomst zijn.

Het boek is doorspekt met verrassende feiten. Bijvoorbeeld dat het aantal universiteiten in de regio in de afgelopen vijftien jaar is verdubbeld, van 178 naar 398. Dat zegt nog weinig over de kwaliteit, maar wel over de beschikbaarheid en toegankelijkheid van hoger onderwijs. Momani wijst op de groeiende afzetmarkt die de jonge bevolking vormt voor vele bedrijfssectoren. Zo heeft de Arabische wereld een van de snelst groeiende communities van online gamers ter wereld. De spectaculaire groei van online-mediagebruik is interessant: Saoedi-Arabië heeft de hoogste download rate van YouTube-video’s ter wereld. En steeds meer jongeren in de regio kiezen voor het ondernemerschap, waarbij 35 procent van de online ondernemers vrouw is. Ook dat is de Arabische wereld.

Onderstromen

Dit zijn niet zomaar platte feiten. Dit zijn signalen van grote trends die sluimeren in de Arabische samenlevingen, en op deze manier steeds vaker naar de oppervlakte komen. De goede verstaander pikt niet alleen deze signalen op, maar herkent er ook de onderstromen in die de Arabische wereld voortduwen naar een toekomst die rooskleuriger kan zijn dan we soms denken.

Zo ontwaart Momani de groei van een nieuwe generatie van creatieve, steeds beter opgeleide en naar buiten gerichte Arabieren, die weigeren zich te conformeren aan de vaak binaire identiteitslabels die beschikbaar zijn. Ze verbinden westerse én oosterse waarden, zijn religieus én progressief, dragen een hijab én een strakke spijkerbroek. De groei van online-mediagebruik draagt bij aan het ontstaan van een nieuwe Arabische publieke ruimte, ook offline, waarin burgers bij elkaar kunnen komen om in vrijheid maatschappelijke en politieke onderwerpen te bespreken. En het oude sociaal contract, waarin leiders zorgen voor veiligheid, stabiliteit en werk en de bevolking in ruil haar politieke rechten en vrijheid inlevert, staat steeds meer onder druk.

Buiten de lijntjes

Tegelijkertijd is Momani niet blind voor de immense uitdagingen van jongeren, samenlevingen en overheden in de Arabische wereld. Tientallen miljoenen banen zijn in de komende jaren nodig om de enorme jeugdwerkloosheid te bestrijden. Alleen de groei van ondernemerschap en start-ups zal dat aantal nieuwe banen nooit kunnen creëren. De regio kent een hoge mate van corruptie. Meritocratische principes zijn verre van vanzelfsprekend in een regio waar netwerken en contacten te vaak bepalen of je een baan krijgt. En een echt creatieve generatie heeft nodig wat vaak nog schaars is: de vrijheid om buiten de lijntjes te kleuren.

In haar optimisme is Momani ook selectief. Soms lijkt de hoop het te winnen van de reële analyse. Wanneer ze schrijft dat de lokale Starbucks haar favoriete plek is voor interviews, word ik nieuwsgierig naar de al dan niet diverse achtergronden van de jongeren met wie ze heeft gesproken. Van Arabische studenten in Canada leert Momani de term ‘third culture kids‘: jongeren die op veel verschillende plekken hebben gewoond en zich daardoor makkelijk aanpassen aan hun leefomgeving. Hier gaat het niet over jongens die opgroeien in het Rifgebergte.

Genoeg redenen voor optimisme

Maar, bij iedere analyse van de Arabische wereld moet je selectief zijn en kijk je (bewust of onbewust) vanuit een specifieke invalshoek. Momani is zich hiervan bewust, weet dat ze de optimistische ontwikkelingen voorrang geeft, en is niet blind voor de ‘andere kant’. Maar die andere kant wordt al zo vaak beschreven, stelt ze terecht. Net zoals we niet blind moeten zijn voor problemen en moeilijkheden, moeten we onze ogen ook niet sluiten voor dat wat goed gaat en kansen biedt. Al ligt dat soms wat verstopt onder een dikke laag van pessisimistische verslaggeving, clichématige beschrijvingen en geestelijke luiheid om de regio echt te willen doorgronden. ‘The challenges that Arab youth face are considerable, but there are many reasons to be optimistic about the generation that will lead the region in the coming decades.’ Een mooi en constructief uitgangspunt om met een andere blik naar de Arabische wereld te kijken.

Meer weten over het boek Arab dawn? Beluister dan dit interview van Marc Lynch met Bessma Momani.