Loader

Op de schouders van onze voorouders

Vandaag werd ik gegrepen door een prachtige tentoonstelling in het Utrechtse Catharijneconvent. Onder de naam ‘Heilig schrift’ toont het museum de vele facetten van de geschriften van de drie ‘religies van het boek’: jodendom, christendom en islam. De tentoonstelling is een ode aan de schoonheid van het boek. Ze toont de drie heilige geschriften — Tanach, Bijbel en Koran — in de meest uiteenlopende vormen, formaten en varianten. Meterslange rollen perkament met de teksten van de Torah (de eerste vijf boeken van de Tanach). De imposante Statenbijbel, geflankeerd door een stapel drukproeven, inclusief gekrabbelde correcties in de kantlijn. En de kleine, en nog kleinere, miniatuurkorans, die de soldaten aan het front moesten beschermen tegen onheil.

Mooi schrijven

De soms zwierige, dan weer statige handschriften wekken ontzag; dit was met recht een monnikenwerk. Het is jammer dat kalligrafie in onze tijd, en onze samenleving, zo aan erkenning en waardering heeft ingeboet. Wie leert er nog mooi schrijven? Er gaat immers nog steeds niets boven een handgeschreven briefje. Met een berichtje op je telefoon laat je alleen enen en nullen achter, weten de Haagse vulpenmakers van speciaalzaak P.W. Akkerman. “Maar je handschrift en je vulpen zijn verlengstukken van jezelf, waarmee je iets achter laat wat echt van jou is”.

Onderlinge verwevenheid

De tentoonstelling toont ons de verering van het heilige schrift, maar ook de liefde voor het geschreven en gedrukte woord. En het leert ons nog iets anders: de onderlinge verwevenheid van de drie religies van het boek. Je zou het bijna vergeten als je teveel luistert naar moslims van IS, fundamentalistische christenen in de Verenigde Staten en joodse kolonisten op de Westoever, maar de drie heilige boeken hebben veel met elkaar gemeen. De joodse Tanach zien we terug als het Oude Testament in de christelijke Bijbel. En alle profeten van zowel de joden als de christenen hebben een prominente plaats in de islamitische Koran, waar Mohamed slechts de laatste profeet in de rij is. Maar dan wel de belangrijkste.

De onderlinge verwevenheid drong goed tot me door toen ik keek naar museumstuk 49 in de tentoonstelling: een Hebreeuwse vertaling, met christelijke illustraties, van een oorspronkelijk Arabische tekst van de joodse geleerde Maimonides waarin hij het jodendom verbindt met de klassieke filosofie van Aristoteles. Hierin komt alles samen.

Schatplichtig

Dit toont vooral hoe absurd het exclusieve recht op de waarheid is, dat door velen wordt geclaimd uit naam van een of andere godsdienst. Niemand heeft een monopolie op de waarheid. Onze ontdekkingen en ‘waarheden’ zijn altijd het resultaat van voortschrijdend inzicht. We staan allemaal op de schouders van de denkers voor ons. Dat geldt voor de wetenschap, maar ook voor de manieren waarop we naar de wereld kijken, we onze samenlevingen inrichten en we betekenis geven aan onze levens.

In onze vooruitgang zijn we allemaal schatplichtig aan onze voorouders en aan de mensen om ons heen. Enige nederigheid zou ons daarom af en toe goed passen. Zonder het denkwerk van onze voorgangers – met alle foutieve veronderstellingen en soms abjecte ideeën die daarbij horen – zouden we nu nog steeds leunen op het primitieve denken van weleer.

Geleerde lessen

Dat betekent natuurlijk niet dat we niet betere ideeën kunnen hebben dan anderen. Maar soms lijkt het alsof we alleen nog maar onze eigen, exclusieve deskundigheid willen ventileren. Ik weet hoe het zit, luister naar mij en dan begrijp jij het ook. Laten we echter niet vergeten dat onze unieke gedachten, wereldveranderende theorieën en briljante oplossingen — en zelfs onze heilige boeken — alleen maar het daglicht hebben kunnen zien door de geleerde lessen van anderen.