Loader

Praten over de 200 miljoen

Deelnemen aan een conferentie over jongeren in het Midden-Oosten en Noord-Afrika (MENA) betekent dat je een paar uur hebt om met een zaal vol mensen van gedachten te wisselen over 200 miljoen kinderen en jongeren in zo’n twintig landen. Dat is, zacht uitgedrukt, een flinke uitdaging.

Deze week faciliteerde ik een workshop over de kansen op werk voor jongeren in Noord-Afrika en de Levant, op een conferentie van het Grote Midden-Oosten Platform. Gedurende zo’n dag strijden twee invalshoeken om voorrang: de grote debatten en de kleine verhalen.

Empowerment van jongeren

De grote debatten gaan over wetenschappelijke inzichten. Over structurele beleidsontwikkelingen en politieke keuzes en prioriteiten. Moeten overheden, ngo’s en internationale organisaties zich richten op de empowerment van jongeren in de MENA-regio, zodat deze jongeren zelf in staat zijn hun eigen toekomst op te bouwen? Dat is de kerngedachte van het lijvige Arab Human Development Report. Of is dit een verkapte neoliberale agenda, waarmee wij te weinig oog hebben voor het enorme overheidsfalen in veel MENA-landen? En waarmee we Arabische jongeren teveel in het westerse individualistische model duwen? Dat betoogt in ieder geval de Amerikaanse sociaal antropoloog Linda Herrera in haar kritiek op het rapport.

Drops in the ocean

De grote debatten gaan over de vraag of kleinschalige investeringen in individuele jongeren voldoende impact hebben. Ja, zegt de Canadese politicologe Bessma Momani in een interview dat ik onlangs met haar had. Eén nieuwe start-up betekent vijf extra jongeren aan het werk, die door hun professionele ervaringen uiteindelijk hun kinderen andere waarden bijbrengen dan vorige generaties deden. Maar wanneer je je vervolgens realiseert dat de MENA-regio de komende jaren zo’n 60 miljoen nieuwe banen nodig heeft om alle jongeren die de arbeidsmarkt betreden daadwerkelijk een baan te bieden, zijn deze start-ups dan niet meer dan ‘drops in the ocean’?

World of Warcraft

Maar dan zijn er de kleine verhalen. Het verhaal van de Belgisch-Marokkaanse Khadija, die de simpele vraag op tafel legt die veel van haar vrienden in Libanon bezighoudt: als ik vandaag geen werk heb, hoe betaal ik dan morgen mijn huur? De verhalen van de Egyptische Noha en de Libische Asma, die beiden — tegen de wil van hun familie in — zelf kozen voor een opleiding en een professionele carrière. Die daardoor geen contact meer hebben met hun vader of moeder. En die weten dat zoveel jonge vrouwen in hun landen rolmodellen nodig hebben om een dappere stap te zetten en voor hun eigen toekomst te kiezen. En het verhaal van Mousa uit Dubai, die een succesvol techbedrijf heeft opgericht en beseft dat het zeker niet zijn onderwijscarrière in Jordanië is geweest die hem zo ver heeft gebracht. Samenwerken en leidinggeven leerde hij niet op school, maar in talloze potjes World of Warcraft.

Toekomst

Dit zijn de verhalen die ertoe doen. Die inspireren en die de vele statistieken terugbrengen tot menselijke proporties. Tegelijkertijd hebben we de structurele ontwikkelingen en maatschappelijke trends nodig. Die kunnen immers de persoonlijke ervaringen helpen duiden.

Dus wat krijgt er voorrang: de grote debatten of de kleine verhalen?

Het meest logische en enige juiste antwoord is natuurlijk dat het om beide gaat. De geschiedenis wordt bepaald door grote ontwikkelingen en klein menselijk handelen en falen. Op dezelfde manier ontvouwt de toekomst zich. Voor de 200 miljoen kinderen en jongeren in de MENA-regio. Maar ook voor Asma en Mousa.